Netherlands Institute for Multiparty Democracy

Periodical 
documents/L/logo vice versa crop 20120223162427

Hans Bruning blijft bij NIMD

Year of Publication: Feb 2012
Jeroen Aerts
Vice Versa

Het was een druk jaar voor Hans Bruning. Hij evalueerde de noodhulp van Nederland aan Haïti, haalde de nodige subsidie binnen voor het Netherlands Institute for Multiparty Democracy (NIMD) en werd directeur van datzelfde instituut.

Zijn politieke betrokkenheid is altijd groot geweest. Veertig jaar geleden verwelkomde de ARJOS, de jongerenafdeling van de ARP (Anti-Revolutionaire Partij, een voorloper van het CDA), Hans Bruning al als lid. Sinds de oprichting van het CDA is hij bij die partij betrokken. Bovendien was hij actief in diverse bestuursfuncties bij vakcentrale CNV. Na achttien jaar maakte hij de overstap naar de ontwikkelingssamenwerking.‘Ik heb bewust gekozen voor de maatschappelijke organisaties’, zegt Bruning. ‘Niet omdat je in de politiek moeilijk iets zou kunnen bereiken, maar omdat ik me op dit terrein beter thuis voel.’ Toch is zijn nieuwe functie als directeur van het NIMD beslist niet a-politiek. Integendeel. Het instituut houdt zich bezig met het versterken van politieke partijen en de democratisering in met name ontwikkelingslanden. En dat vergt de nodige diplomatie. Bruning: ‘Voor ons werk is het belangrijk dat we met alle partijen in dialoog blijven. Daarom spreken we ons nooit heel erg uit. We willen bijvoorbeeld ook met de partij van Robert Mugabe kunnen praten.’

Leuk, maar moeilijk

Samen met Jack van Ham voerde Bruning tussen 2001 en 2008 de directie van ICCO. Hij was medeverantwoordelijk voor het decentralisatieproces van de organisatie. Na een relatief korte tijd als directeur bij de Vereniging Gehandicapten Nederland (VGN) keerde Bruning in 2010 terug in de ontwikkelingssector. Als zelfstandige deed hij diverse opdrachten, zoals de evaluatie van de noodhulp van Nederland aan Haïti, in opdracht van de Inspectie Ontwikkelingssamenwerking en Beleidsevaluatie (IOB). Toen werd hij gebeld door de NIMD. Of hij interim-directeur wilde worden. Bruning: ‘De subsidieaanvraag 2012-2015 bij het ministerie van Buitenlandse Zaken stond voor de deur. Mijn bijdrage daaraan zou medebepalend zijn voor het voorbestaan van de club. Het leek me daarom een leuke klus.’ Een leuke klus, maar ook een moeilijke. ‘De relatie tussen het NIMD en het ministerie was slecht omdat we zulke verschillende organisaties waren’, aldus Bruning. ‘Wij een ngo met veel politieke sturing, zij een ambtelijke organisatie. Bovendien was het NIMD net in opspraak geweest, omdat het instituut een aantal uitgaven omtrent management- en programmakosten niet goed zou hebben verantwoord. Maar een onafhankelijk accountantsonderzoek wees uit dat alle uitgaven rechtmatig hebben plaatsgevonden. Dat onderzoek is ook erkend door BuZa.’

Voordeel van de twijfel

Bruning herstelt de broze verhoudingen met het ministerie. En mede dankzij zijn ruime ervaring met subsidieaanvragen, opgedaan bij ICCO, sleepte hij voor het NIMD 30 miljoen euro binnen voor de komende drie jaar. Hoe kreeg hij het voor elkaar? ‘Iedereen snapte dat we een nieuwe fase in moesten. Ik kreeg daardoor het voordeel van de twijfel. Met onze subsidieaanvraag trokken we de banden met BuZa weer aan. En omdat ze tevreden waren met de nieuwe koers kenden ze de aanvraag toe.’ Daarmee zat zijn belangrijkste taak als interim-directeur erop. Het directeurschap was de volgende stap. Hij is blij met zijn nieuwe functie. Maar ziet hij ook nog een eventueel minister-of staatssecretarisschap in het verschiet? Collega-CDA’er Ben Knapen kwam immers ook zonder enige ervaring als volksvertegenwoordiger in zijn huidige functie van staatssecretaris Ontwikkelingssamenwerking terecht. Wellicht, als kroon op zijn carrière? Bruning lacht en zegt snel: ‘Nee. Ik vind de maatschappelijke organisaties interessanter.’